Gemeenten lijken nog niet bezig een financiële buffer op te bouwen voor het ‘ravijnjaar’ 2026. Dat constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de begrotingen voor 2025. Het Rijk keert vanaf volgend jaar minder geld uit aan gemeenten en daardoor waarschuwde accountantskantoor BDO eerder al voor een tekort van ruim 1 miljard euro in 2026.

Het CBS ziet niet in de begrotingen terug dat gemeenten 2025 gebruiken om zich daar alvast financieel tegen te weren. “Het zal ongetwijfeld gebeuren, maar het verwachte overschot is niet veel groter dan eerdere jaren. Amsterdam heeft bijvoorbeeld wel preventief de onroerendezaakbelasting (ozb) verhoogd, maar het is de vraag of dat genoeg zal zijn”, legt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen uit. Een deel van de gemeenten kan wel terugvallen op eerder opgebouwde reserves.

De lasten voor Nederlandse gemeenten stijgen dit jaar naar verwachting met ruim 7 procent tot 80 miljard euro, vooral door hogere lonen. De begrote baten stijgen ongeveer even hard, maar zijn met een totaal van ruim 79 miljard euro iets lager. Toch zouden gemeenten dit jaar alsnog geld kunnen overhouden, omdat de daadwerkelijke baten vaak gunstiger uitvallen dan begroot.

Gemeenten krijgen in 2025 onder meer een groter bedrag aan heffingsinkomsten en bijdragen van het Rijk binnen. Ze verwachten juist meer kwijt te zijn aan kosten in het zogeheten sociaal domein, waar onder meer jeugdhulp en de vluchtelingenopvang onder vallen. Ook hier zijn hogere lonen een belangrijke oorzaak voor de gestegen kosten in deze categorie, van 11 procent tot een kleine 21 miljard euro. Ook zorgt vergrijzing voor hogere uitgaven aan de grote kostenpost Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).

Gemeenten krijgen volgend jaar ruim 2 miljard euro minder door de kortingen vanuit het Rijk. Daardoor waarschuwde BDO in januari al voor een tekort in “het ravijnjaar” 2026 van ruim 1,4 miljard euro, tegenover een overschot van zo’n 1,6 miljard euro vorig jaar. “Het is voor ons ook nog afwachten wat er gaat gebeuren met het Rijk, de gemeenten en de wisselwerking tussen die twee”, zegt Van Mulligen, die geen voorspelling kan doen over het tekort volgend jaar.