Bij agrarisch grondgebruik is de kans groot dat gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Deze middelen beschermen de planten tegen ongedierte, maar de verspreiding ervan kan ook gezondheidsproblemen veroorzaken. Om deze reden geldt vanuit de rechtspraak de regel dat er een afstand moet zijn tussen agrarisch grondgebruik en gevoelige functies (zoals woningbouw), de zogenaamde spuitzone. Deze spuitzones zorgen in de praktijk voor veel uitdagingen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In deze opinie bekijken we vanuit het perspectief van een agrariër hoe er bij ruimtelijke besluitvorming omgegaan moet worden met spuitzones.

In het algemeen wordt een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk geacht

Afstand tussen spuitzones en gevoelige functies

Op dit moment bestaat er nog geen wetgeving die spuitzones regelt. Om deze reden is vanuit de rechtspraak de norm van 50 meter afstand ontstaan. “In het algemeen wordt een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk geacht.” Dit blijkt uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) (zie bijvoorbeeld ABRvS 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2044, rechtsoverweging 19.4 en ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:807, rechtsoverweging 6.1).

Wat als er geen spuitzone is opgenomen?

Wat gebeurt er als er geen spuitzone is opgenomen in een bestemmingsplan (nu: omgevingsplan)? Is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dan toegestaan? En wat als er later een gevoelige functie wordt geïntroduceerd? Hoe zit het dan met de rechten van de agrariër?

Bestaande situaties

Als er in het bestemmingsplan niets staat over spuitzones, betekent dit niet dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden. Wanneer in het bestemmingsplan grondgebonden agrarische bedrijvigheid of agrarisch grondgebruik is toegestaan, is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet uitgesloten, zie bijvoorbeeld de uitspraak van ABRvS van 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:650.

Stel nu dat er een bestaande woning (of andere gevoelige functie) op minder dan 50 meter is gelegen. Is dan sprake van een overtreding en kan handhaving plaatsvinden? Nee, want het bestemmingsplan staat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toe. In de uitspraak van de ABRvS van 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:663, werd duidelijk dat bij bestaande situaties niet kan worden teruggevallen op de afstand van 50 meter als zelfstandige norm voor het al dan niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen.

In deze zaak werd huisvesting voor arbeidsmigranten mogelijk gemaakt binnen het kader van het bestemmingsplan, zonder dat er een afweging werd gemaakt of er sprake was van een goed woon- en leefklimaat. Dit ondanks dat het gebied binnen de 50 meterzone viel. Er was een handhavingsverzoek ingediend waarbij was aangegeven dat niet was getoetst of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd kon worden. De Afdeling overwoog dat aangenomen kon worden dat de planwetgever het woon- en leefklimaat aanvaardbaar had geacht bij het vaststellen van het bestemmingsplan.

De appellant, die het handhavingsverzoek had ingediend, had eerder zelf een woonfunctie aangevraagd. Deze was echter geweigerd vanwege de spuitzone. Het verschil was dat de woonfunctie niet was toegestaan op basis van het bestemmingsplan, maar de huisvesting wel.

Nieuwe situaties

Een onderbouwing over de gevolgen van spuitzones voor gevoelige functies in de omgeving is dus vooral noodzakelijk in nieuwe situaties waarbij afgeweken wordt van het omgevingsplan. Bij bestaande, onherroepelijke plannen is immers de veronderstelling dat hier bij vaststelling al rekening mee is gehouden.

Onder oud recht moest bij ruimtelijke besluitvorming worden gemotiveerd of voldaan was aan een goede ruimtelijke ordening. Onder nieuw recht moet dan worden gemotiveerd of dit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt óók wanneer eerder al gevoelige functies waren toegestaan op de locatie. Als geen rekening wordt gehouden met spuitzones is zo’n besluit vrijwel altijd onvoldoende gemotiveerd.

Hieronder een voorbeeld van een uitspraak waarin een gevoelige functie werd geïntroduceerd (nieuwe situatie)

In de uitspraak van de ABRvS van 6 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:446, werd beroep aangetekend tegen een bestemmingsplan voor woningbouw. De appellant voerde aan dat hij vreesde voor belemmeringen in zijn bedrijfsvoering. De voorzieningenrechter oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom de voorziene locatie voor woningbouw in het plan werd toegestaan, zonder rekening te houden met het agrarisch gebruik van de gronden zoals dat in het bestemmingsplan was toegestaan. Dat in het vorige bestemmingsplan al woningbouw was toegestaan betekende niet dat niet moest worden gemotiveerd dat het ruimtelijk aanvaardbaar was om de woningbouw aansluitend op de agrarische percelen te realiseren.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)

Zoals eerder gezegd geldt onder de Omgevingswet de eis van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL), in plaats van enkel een ‘goede ruimtelijke ordening’. De reikwijdte is breder. Daarnaast benadrukt de Omgevingswet expliciet dat bij ETFAL rekening gehouden moet worden met het belang van gezondheidsbescherming (artikel 2.1, lid 4 van de Omgevingswet). Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de rechtspraak soepeler zal worden ten aanzien van spuitzones. In de belangenafweging moet oog zijn voor zowel de belangen van de ruimtelijke ontwikkeling als die van de agrarische bedrijven.

In verschillende gevallen is ruimte voor een toets aan ETFAL (en moet dus gekeken worden naar de spuitzones):

  • Bij wijziging van het omgevingsplan
  • Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
  • Bij een omgevingsplanactiviteit waarbij gebruik gemaakt wordt van een voormalige binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (zie uitspraak ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4624). Dit geldt enkel zolang het tijdelijk deel van het omgevingsplan van toepassing is, zie artikel 22.281 van de bruidsschat.

De ETFAL toets wordt niet verricht bij vergunningaanvragen die rechtstreeks passen binnen het geldende omgevingsplan. De toets wordt dan namelijk geacht te zijn verricht bij de vaststelling van het omgevingsplan. Indien er geen spuitzone is opgenomen, dan kan de agrariër zich niet meer hierop beroepen.

Tegelijk is het niet automatisch zo dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in strijd is met het omgevingsplan, als de regels niets over spuitzones zeggen. Dit wil echter niet zeggen dat er geen overlast is. Er worden ook steeds vaker procedures over spuitzones gevoerd bij de burgerlijke rechter. Kan een agrariër hierdoor toch in een nadeliger situatie terecht komen vanwege de nabijheid van gevoelige functies? Dit zal in de toekomst blijken.

Conclusie

De afweging van spuitzones in de ruimtelijke ordening is complex, waarbij zowel agrarische belangen als gezondheid en woonklimaat van omwonenden in acht moeten worden genomen. Het ontbreken van wetgeving maakt dat de rechtspraak, met de 50 meter afstand als richtlijn, een belangrijke rol speelt. In bestaande situaties waarin het bestemmingsplan (nu omgevingsplan) geen spuitzone vermeldt, is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan. Bij nieuwe situaties, zoals wijzigingen in het omgevingsplan, moet de impact op gezondheid en ruimtelijke ordening zorgvuldig worden afgewogen. De Omgevingswet vereist een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij gezondheidsrisico’s moeten worden meegewogen. Het is onwaarschijnlijk dat de rechtspraak soepeler zal worden ten aanzien van spuitzones. In dit spanningsveld tussen agrarische en ruimtelijke belangen blijft een zorgvuldige afweging noodzakelijk, die aan de belangen van alle partijen recht doet.

Schulinck Omgevingsrecht

De nieuwe Omgevingswet heeft veel impact op het werk van gemeenten. Daarom is het belangrijk dat uw medewerkers snel vertrouwd raken met het nieuwe stelsel. Schulinck Omgevingsrecht helpt daarbij.