Het intrekken van bestaande natuurvergunningen van veehouderijen, die jaren geleden al zijn afgegeven, gaat de rechtbank in Roermond te ver. Mobilisation for the Environment had samen met twee andere organisaties een rechtszaak aangespannen tegen de provincie Limburg, nadat die een verzoek had afgewezen om de vergunningen van een varkenshouderij en een geitenhouderij in te trekken. De rechter vindt dat het provinciebestuur juist heeft gehandeld.
De eisers hadden gewezen op de stikstofuitstoot van de veehouderijen, die nabijgelegen Natura 2000-gebieden kan schaden. De vergunningen waren bovendien afgegeven op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State verklaarde dit programma in 2019 ongeldig, omdat het te vrijblijvend was en de natuur onvoldoende beschermde.
Sinds de PAS-uitspraak is het moeilijker geworden om een vergunning aan te vragen voor activiteiten die stikstofuitstoot veroorzaken. Het intrekken van bestaande vergunningen, die al onherroepelijk zijn afgegeven, zou een stap verder gaan. De rechters houden dit in bepaalde omstandigheden wel voor mogelijk, maar ze gaan er in dit geval niet in mee.
“Alleen als het intrekken van de vergunning echt nodig is omdat anders het natuurgebied sterk verslechtert, moet het agrarische bedrijf het onderspit delven”, overweegt de Limburgse rechtbank. Bij de twee veehouderijen waar de zaak over ging, is dat volgens de rechtbank niet nodig, omdat de overheid al diverse andere “concrete en effectieve” maatregelen neemt om de natuur te helpen. Zo zijn stoppersregelingen voor veehouders ingesteld. De uitstoot van de twee veehouderijen is bovendien relatief klein.