De overheid had de nieuwe PFAS-regels beter moeten afstemmen met het bedrijfsleven en lokale overheden. Dat is een van de conclusies uit een evaluatie over hoe de normen tot stand kwamen.

PFAS is een verzamelnaam voor chemische stoffen die bij hoge concentraties schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid of het milieu. Vrijwel overal komen deze stoffen voor in de grond, zij het in lage hoeveelheden. Grond met te veel PFAS mag niet verplaatst worden, iets waardoor de bouwsector in grote problemen kwam.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Milieu) had beter moeten uitleggen welke ruimte de nieuwe regels nog wel boden, schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer. Door het uitblijven van goede uitleg begrepen de bouwsector, gemeenten en waterschappen niet genoeg wat er nog wel kon, waardoor onnodig veel projecten niet doorgingen. Van Veldhoven heeft hier eerder al excuses voor gemaakt. De regels voor PFAS zijn inmiddels meerdere keren verder verruimd.
Ook erkent de staatssecretaris dat een landelijke aanpak beter was geweest dan een regionale. Vanwege de decentralisatie waren gemeentes belast met bodemtaken. Toen het ministerie later alsnog de regie nam, was daar door de decentralisatie te weinig kennis en expertise aanwezig.

De stikstof- en PFAS-crises leidden eind vorig jaar tot grote protesten door de bouwsector, omdat veel projecten stilvielen. De schadeclaims bedragen tussen de 500 miljoen en 1 miljard euro, zei voorzitter van VNO-NCW Hans de Boer vorig jaar november.